En om te weten waar je heen wil, moet je eerst weten waar je vandaan komt is zo’n mooi oud gezegde. Zomaar een mijmering op die vroege dinsdagmorgen direct na Pasen toen ik er vier hele uren over deed om een afstand te overbruggen waarvoor onder gunstige omstandigheden niet veel meer dan vier kwartiertjes nodig zijn.
Waarschijnlijk, want meestal zie je niet wat en evenmin hoeveel ze vervoeren. De onlangs gepubliceerde cijfers over de gemiddelde beladingsgraad vervullen ons niet echt met trotse gevoelens. Tegelijk realiseer ik me wel dat die rij voort kruipende vrachtwagens maar een klein deel zijn van de oorzaak van dat verkeersinfarct op die bewuste ochtend.De vraag bovenaan dit artikel schreeuwt om een antwoord. Er werden die ochtend kritische kanttekeningen geplaatst bij de gladheidbestrijding, maar daar weet ik niet genoeg van om er een oordeel over te hebben. Ook niet hoe je al die solisten in hun personenwagen aan het carpoolen krijgt of het openbaar vervoer in praat. Dat is mijn vak niet. Wat wel mijn vak is hoe je die laadruimte van die onafgebroken rij vrachtwagens zo optimaal mogelijk gevuld krijgt en dat verfoeide leeg of half beladen rijden terugdringt, waarmee je in ieder geval de rij vrachtwagens korter kan maken. Die ochtend wist iedereen waar hij of zij naar toe wilde, maar niet iedereen wist meer waar men vandaan kwam. Ik nog wel en dat vraagt om uitleg.
Drie decennia geleden speelde ik al een rol in het familiebedrijf dat groot geworden was met binnenlandse bode- en autolijndiensten. Fysiek zwaar werk en lange dagen waren belangrijke kenmerken en een complex vergunningenstelsel dat de creativiteit van de ondernemer in de weg stond. Door die regulering werden de ondernemers wel genoodzaakt tot samenwerken en wisselden de vervoerders op bodecentra hun deelladingen met elkaar uit en ieder ging weer zijn weg. Niet iets om naar terug te verlangen, maar het goede er van heb ik gelukkig wel onthouden. Op de heenweg puilde de vrachtwagen uit van ladinkjes van klanten uit eigen regio die op een bepaald punt verdeeld werden over vervoerders die een vergunning hadden voor een ander traject. Op de terugweg zat de wagen weer vol met goederen van de klanten van je collega-vervoerders die je in eigen regio weer uitbestelde. Het woord beladingsgraad kenden we niet maar ik kan u verzekeren dat die wagens propvol zaten.
Natuurlijk, er wordt nu ook nog samengewerkt met collega’s en we hebben mooie programma’s om de meest efficiënte route te plannen, maar het gespannen regime van de huidige dedicated distributie, waarvan de opdrachtgever nog liever de hele rit betaalt dan samenlading met producten van de concurrent toe te laten, doet de efficiency vaak geweld aan. De reclame voor het product op de vrachtwagen is dan ook nog regelmatig een hindernis voor het vinden van de best passende bij- of retourlading. En de vervoerder? Maskeert liever zijn rode cijfers dan dat hij bekent dat het zo niet langer meer kan.
Ja, en nu? Zullen we het toch met elkaar moeten oplossen, verladers en vervoerders. De steeds hogere dieselprijs, steeds lagere tolerantie ten aanzien van emissie en het belabberde rendement in het wegvervoer zijn nu de dwingende factoren. Opdrachtgevers zullen elkaar blijven beconcurreren met hun producten, geen probleem mee, maar de strijd moet niet meer in de laadruimte van de vrachtwagen gevoerd worden, ze kunnen met elkaar de vervoerder helpen het werk efficiënter uit te voeren. Hoe? Denk eens aan Transumo of aan het “4-C”-concept uit de Innovatieagenda van de Commissie van Laarhoven en niet te vergeten het Innovatieprogramma Duurzame Logistiek van Connekt, een onpartijdig orgaan met een branchegerichte aanpak. Stuk voor stuk initiatieven die steun en opvolging verdienen. De theoretische kennis is genoeg voorhanden en de ICT leveranciers staan in de rij om hun oplossing aan te bieden Wat we nog nodig hebben zijn een tiental (om mee te beginnen) fabrikanten/retailers/verladers, een paar vervoerders van enige omvang die elkaar het licht in de ogen gunnen en een paar praktisch ingestelde mensen, niet gehinderd door belangen in een verlader of vervoerder, die de stukjes van de puzzel in elkaar gaan passen. Beter nu een vrijwillige aanpak dan straks nog meer beperkende maatregelen.
Reacties zie ik met belangstelling tegemoet.
Aart Steenbergen.
www.keijenborglogistiek.nl

1 reactie op “Transport: waar moet dit heen?”
Aart,
Hetgeen je schrijft klopt. Ik heb nog wel wat aanvullingen op de "lege" kilometers of laadmeters. Wat denk je van het toenemend aantal tijdvensterleveringen of de zgn bloktijdleveringen. Dit is de oorzaak dat een rit niet altijd even efficient kan in uitvoering en belading. Tijdvensterleveringen zijn ook vaak van overheidswege opgelegd. Bloktijdleveringen of slottijdleveringen tussen 18.00 en 22.00 uur komen voor. Waar vind je dan nog retourvracht.
Tarieven van de retourvrachten zijn ook niet om naar huis te schrijven. Regelmatig interessanter om leeg naar huis te komen en weer op tijd bij je vaste klant staan is dan beter.
Ik denk dat de tijd dat de vervoerders elkaar de plek in de file niet gunnen minder is geworden. Inderdaad er moet samengewerkt worden, dit zie op een steeds grotere schaal gebeuren.