Wat leert Olivier B. Bommel de supply chain manager? Geld speelt geen rol voor deze stripfiguur en hij zit liever in zijn stoel met een sigaar, dan dat hij werkt. Op het eerste gezicht geen eigenschappen waar een supply chain manager mee kan overleven…
De bekende econoom Arnold Heertje sprak een paar maanden terug vol enthousiasme over het verhaal ‘De bovenbazen van Marten Toonder’. Hij vond het boek bijzonder actueel en goed aansluiten bij de kredietcrisis.
Behandelt ‘De windhandel‘ ongrijpbare zaken als de verkoop van lucht, in ‘De bovenbazen’ staat veel meer de macht centraal. ‘De windhandel’ vertelt over de ongrijpbare hypotheekproducten van de banken, een windhandel en aanleiding van de kredietcrisis. ‘De bovenbazen’ behandelt juist een heel ander aspect, namelijk thema’s als begeerte en hebzucht. De thema’s die Wouter Bos ooit bestempelde als de achterliggende oorzaak van de kredietcrisis.
De verteller suggereert dat de wereld uit twee soorten mensen bestaat: de één heeft niets, de ander heeft alles. De bovenbazen, ook wel Bovenste 10 genoemd (terwijl het er 9 zijn) bezitten alles. Dat maakt hun positie heel lastig, omdat ze alles hebben kunnen ze niks meer verwerven. Daarom kunnen ze alleen maar bezit verliezen. Ze leven voortdurend in angst, kommer en zorgen.
Bommel treedt tot de groep omdat er iets vreemds gebeurt met zijn kapitaal. Hij wint een weddenschap en er komt een muntje bij zijn kapitaal van Tom Poes. Vervolgens ontstaat een geldstroom, waarbij het geld gaat schuiven. Het kapitaal heeft de kritische massa overschreden en Bommel wordt de tiende bovenbaas.
Na wat heen en weer schuiven, krijgt hij de energie toebedeeld. De andere negen zien hier niet veel gevaar in. Als hij echter op een wiel stuit dat altijd draait, terwijl het geen energie kost, zijn de rapen gaar. De bovenbazen zien hun zaken en daarmee hun inkomsten als sneeuw voor de zon verdwijnen.
Dit klinkt als muziek in de oren. Hier is iets uitgevonden dat de oplossing is voor het energieprobleem. Maar de bovenbazen graven liever enorme hoeveelheden natuur weg voor heel weinig energie. Daarmee missen ze kansen, de olie en steenkool, de motoren en de machines hebben ze nodig om hun plek te blijven garanderen.
Terwijl juist in de samenwerking kansen liggen voor deze groep mensen. De gratis energie biedt mogelijkheden om natuur en milieu te ontzien. In de juiste toepassingen van deze energiebron, zit voor de bovenbazen een mogelijkheid geld te verdienen. In plaats daarvan blijven ze op hun geld zitten en grijpen angstig naar de vertrouwde geldbronnen.
Het toont de angst van veel bedrijven om samen te werken. Samenwerken met leveranciers kan veel geld besparen en de snelheid waarmee een product op de markt komt verhogen. Het zijn dingen van samenwerking die we allemaal wel weten, maar die we vaak laten liggen. Uit angst dat de ander meer winst maakt dan jij en uit angst dat een leverancier dingen van jou weet die hij zou kunnen misbruiken.
Duidelijke afspraken kunnen dit soort angsten voor een groot gedeelte uitsluiten. Het geven van vertrouwen helpt uiteindelijk ook om de samenwerking te verbeteren. Wat dat betreft werkt Bommel weer perfect samen met Tom Poes. Ook in dit verhaal blijkt de oplossing erg eenvoudig te zijn en voor Bommel er erg in heeft, is zijn kapitaal weer losgekomen. Zo sterk zelfs dat menig supply chain manager jaloers zou zijn op zoveel werkkapitaal.
Hendrik-Jan de Wit
Lees zelf:
Marten Toonder: De bovenbazen. In: Geld speelt geen rol. Amsterdam: De Bezige Bij, 1968. p. 155-256.
Hendrik-Jan de Wit is webredacteur bij Romae Internet en Content [link naar www.romae.nl]. Hij was tot december redacteur bij Supply Chain Magazine.
Eerder schreef Hendrik-Jan over de lessen die supply chain managers kunnen leren uit ‘De windhandel’ van Marten Toonder op SCMonline. Ook zeer lezenswaardig!
Tags: samenwerking


Het verhaal “De bovenbazen” uit 1963 is in de afgelopen 47 jaar talloze malen besproken vanuit allerlei hoeken. Het is inderdaad een verbazingwekkend verhaal, misschien ook wel heel visionair, maar ik kan er geen enkele oplossing uit destilleren voor ecologische en economische problemen. Kwetals eeuwig draaiende machine die de fossiele brandstoffen had kunnen vervangen, verdwijnt aan het eind van het verhaal in het niets. Nergens wordt trouwens verteld waar deze machine op draait, want een perpetuum mobilae is deze “futvoeder” zeker niet omdat die nu eenmaal onmogelijk is, wat Toonder natuurlijk ook wel weet. “De” wetenschap maakt het allemaal nog erger: door het vermalen van hele landschappen kan één gram solium gewonnen worden, genoeg om een hele stad een jaar van energie te voorzien. Ik denk dat dit Toonders opvatting van kernenergie vertegenwoordigt, solium = uranium.
De economische situatie keert aan het einde van het verhaal terug naar zijn uitgangspunt, de status quo is weer bereikt. Er is helemaal aan het eind ook nog ruimte voor een sprankeltje hoop: het zelfreinigend vermogen van de natuur is (hopelijk) groot genoeg om ecologische rampen te boven te komen. “Het leven zit er alweer in (…) En zo lang dat zo is, kan ik altijd futvoeders maken”, aldus Kwetal.
En wat de samenwerking van heer Bommel en Tom Poes betreft: ik kan er met de beste wil van de wereld in dit verhaal niets over vinden. Het kapitaal van Bommel wordt weliswaar gered, hetgeen wij hem als lezer natuurlijk van harte gunnen, maar alleen door mazzel, niet door Tom Poes, hetgeen in andere verhalen vaak wél het geval is.
mvg
Richard Eichenberger
Kopenhagen DK