De crisis vanwege de besmetting met de gevaarlijke darmbacterie EHEC toont de kwetsbaarheid aan van de versketen. Hoe hou je je staande in een keten die op basis van geruchten compleet instort?
Op het weblog van GS1 staat een uitstekende blog over overleven in een kwetsbare keten…
GS1 meldt:
“EHEC is een bacterie die op dierlijke eiwitten leeft. Die overleeft niet op groenten en fruit”, zegt Jacco Vooijs, manager kwaliteit bij de telersvereniging FresQ. “Groenten en fruit kunnen wel drager zijn van EHEC, net zoals alle andere producten die mensen gebruiken. Onze sector is echter op de een of andere manier gelinkt aan EHEC en sindsdien ligt de verkoop stil. Maar het zit niet in onze keten! We gebruiken geen organische mest, er is volledige controle op alles wat in de planten gaat. Het zijn gesloten systemen met water dat wordt gefilterd en hergebruikt. De controles zijn zeer streng. Als je dat allemaal weet, kun je er zeker van zijn dat de producten goed zijn.”
Frustratie
Des te frustrerender dat op basis van aannames een hele sector enorme schade lijdt. “Telers verliezen nu tonnen, ondanks het feit dat ze topproducten maken”, zegt Harrij Schmeitz, directeur bij Frug I Com, een samenwerkingsplatform van AGF-bedrijven ter bevordering van kennisuitwisseling en standaardisatie. “De versketen is de meest internationale keten die er bestaat. Nederlandse bedrijven kunnen het dan wel goed doen, maar als elders iets fout gaat ben je alsnog de klos.
Nederlandse telers lopen voorop, maar wat heeft dat voor zin als in geval van een incident via social media berichten in een miliseconde de hele wereld overgaan en een hele sector onderuit gaat? Daar is geen communicatiebeleid tegen opgewassen.”
Van teler naar retailer
Schmeitz onderstreept dat de EHEC-crisis niets zegt over de kwaliteit van tracking & tracing. “Die kwaliteit is uitstekend. Wat je nu wél hoort in de sector is de vraag of je daarin nog moet investeren. Traceability-systeem of niet, als er iets gebeurt word je tóch platgegooid.”
Vooijs is het daar niet mee eens. “Natuurlijk hebben die investeringen zin”, zegt hij. “De eerste bedrijven die weer volop handel drijven als deze crisis voorbij is, zijn de bedrijven die kunnen aantonen alles te weten van de weg die de producten afleggen van teler naar retailer.”
Prijs overheerst
“Probleem is, dat de consument geen cent teveel wil betalen voor vers” stelt Schmeitz. “Prijs overheerst, vers ligt merkloos in het schap. Bijna alles onder private label. Gebruik van de GS1 Databar zou op productniveau kunnen helpen om een teler te traceren.
Maar het bestickeren van producten kost geld. Om elk product een cent goedkoper aan te kunnen bieden, kiezen supermarktorganisaties ervoor om losse producten niet te bestickeren. In plaats daarvan registreren ze aan de kassa. Dat is verkeerd om gedacht. Want het vermindert je vermogen om gericht te kunnen traceren.”
Kosten en kansen
Volgens Marc Jansen, directeur consumentenzaken en kwaliteit van het CBL, is de manier waarop supermarktorganisaties registreren puur een afweging van kosten en kansen. “Hoe grofmaziger het niveau van registratie, des te groter is de recall als er iets mis is. Een fijnmaziger systeem is duurder, maar doordat een eventuele recall veel gerichter en beperkter is, zijn die kosten weer lager. Het is een afweging van kansen en risico’s. Maar volgens de wet moet je binnen vier uur de leverancier kunnen traceren. Dat lukt altijd.”
CBL meldt verder:
“De nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit heeft een groot aantal monsters in de afgelopen dagen onderzocht. Hierop is geen EHEC-bacterie aangetroffen. Deze monsters zijn genomen in supermarkten, bij groothandelaren en bij telers. De VWA blijft doorgaan met monsters nemen totdat de bron van de EHEC-besmetting in Duitsland definitief is bevestigd. De VWA heeft zich bij het onderzoek vooral geconcentreerd op komkommers”.
Het Productschap Tuinbouw heeft ook monsters genomen van paprika’s, aubergines, tomaten en sla. Ook deze monsters waren EHEC-bacterievrij. Alle monsters zijn onderzocht op het laboratorium van de nVWA. Dit laboratorium is het enige bevoegde laboratorium in Nederland voor het volledige onderzoek op EHEC. Recente resultaten vind je op www.vwa.nl
Voor Supermarkten is voedselveiligheid topprioriteit. Leveranciers van groenten en fruit moeten voldoen aan strenge hygiënische regels zoals GlobalGAP en andere kwaliteitsystemen. Hygiënische werken is één van de basisprincipes. Jaarlijks worden leveranciers gecontroleerd door onafhankelijke certificeringinstellingen of zij voldoen aan de eisen. Daarnaast controleert de VWA bij supermarkten en leveranciers of zij conform wetgeving werken.
Net als bij andere voedingsmiddelen (zoals rauw vlees en rauwe melk) kunnen ongewassen, rauwe groenten altijd een bron van bacteriebesmetting zijn. Daarom geldt standaard het advies om groenten goed te wassen en/of te verhitten voor consumptie”. Aldus het CBL gisteren.
Wake-up call
De EHEC-crisis is volgens Jansen ‘een wake-up call’. “We hebben de laatste tijd veel aandacht gehad voor zaken als gezondheid en duurzaamheid”, zegt hij. “Ook omdat we er zonder meer van uitgaan dat het met de voedselveiligheid wel goed zit. Deze crisis zet ons weer met beide benen op de grond. Primair moet het voedsel veilig zijn.”
“Er zijn zóveel maatregelen genomen om aan de strenge eisen voor certificering te voldoen”, zegt Vooijs. “Het naleven van al die regels lijkt wel eens overdreven, maar nu weet je waarom je het allemaal doet. Ergens in de keten is iets heel erg fout gegaan, waardoor deze crisis heeft kunnen ontstaan.”
Deze column is overgenomen van GS1 en CBL.
Tags: ehec, risicomanagement, voedselveiligheid

