Slechte luchtkwaliteit is ongezond. Maar, wat weten we er nog bar weinig vanaf…

De social media liepen over afgelopen weekend. De luchtkwaliteit in Amsterdam is niet verbeterd. Er werd vooruitgang verwacht, maar in 2017 was de lucht op tientallen plekken in de stad net zo vies als voorheen. Dit blijkt uit metingen van de GGD. De afkortingen vliegen door de lucht; PM2.5, PM 10, NO2, roet en nog veel meer. Luchtkwaliteit is een veelkoppig monster; een dodelijke mix als je de experts mag geloven.

Ongezond

Aan de Amsterdam rochelroute Prins Hendrikkade kwam zelfs een NO2-jaargemiddelde van 58,5 uit de bus. We zijn net op tijd verhuisd. Andere uitschieters waren Damrak, Overtoom, Spaarndammerdijk en Stadhouderskade.

De GGD rekent voor dat 4,5 procent van de Amsterdamse ‘ziektelast’ (verloren levensjaren en gezondheidsproblemen) komt door blootstelling aan vuile lucht. Dat is minder dan de schade aan de volksgezondheid door roken (13,1 ­procent), maar meer dan de schade door weinig bewegen (3,5 procent) en te veel drinken (2,8 procent).

Waar komt het vandaan?

Vooral het verkeer, de industrie en de landbouw zijn bronnen van fijnstof. Fijnstof ontstaat door verbrandingsprocessen in bijvoorbeeld auto’s, elektriciteitscentrales en stookinstallaties. Maar ook door de op- en overslag van bijvoorbeeld kolen, erts en graan, van bouwwerkzaamheden en van slijtage van autobanden en wegen. Huishoudens leveren ook een grote bijdrage door onder meer het stoken van allesbranders en open haarden, het roken van sigaretten en autorijden. Tenslotte kan fijnstof een natuurlijke oorsprong hebben, zoals opwaaiend bodemstof en zeezout. Even Googlen en je ziet dat de experts het niet met elkaar eens zijn hoeveel die bronnen nu exact aan fijnstof uitstoten… laat staan op specifieke locaties. Hoe dikker het rapport, hoe groter de lijst van vooronderstellingen.

Modellen

Rekenmodellen zijn de basis voor de berekeningen die worden gemaakt bij maatregelen als milieuzones voor vrachtverkeer, touringcars en scooters. De metingen op straat laten keer op keer zien dat die modellen niet feilloos zijn. De modellen missen veel bronnen van uitstoot. Cruiseschepen staan er niet in, de rondvaartsector ook niet, de koeling en airco van zware voertuigen (die geen Euro-norm kennen), de ronkende taxi’s en touringcars op de standplaatsen en het effect van een slechte doorstroming ontbreken.

Erger nog is dat de modellen vooral het verkeer in en rond de stad als boosdoener aanwijzen. Mee roken op een terras, de houtkachel van de buren, de grill-restaurants en generatoren op de bouwplaats ontbreken. Dat is niet eerlijk; lusten en lasten zijn niet goed verdeeld.

De maatregelen die worden genomen met die modelberekeningen leiden onder aan de streep niet tot een verbetering op de knelpuntlocaties. Niet in Amsterdam en ook niet in andere steden. Intussen is het binnenstedelijk verkeer de kop van jut. En, deels terecht. De stad Gent liet zien dat met een ander verkeerscirculatieplan de luchtkwaliteit verbeterde. Autoluw werkt. Overigens, het neerzetten van plantjes en ander groen niet. Je moet fijnstof bij de bron aanpakken. Maar, als veel bronnen niet in de modellen zitten, dan gaat het bij de aanpak fout.

Wat adem je in?

Nu zegt de luchtkwaliteit op een bepaalde plek weinig over wat je nu allemaal aan vieze lucht inademt. Dat bepaalt het effect op de gezondheid. Je staat toch geen uren lang bij de Prins Hendrikkade? Maar, je rookt wel gezellig mee op het terras, de tramhalte en op straat. De grootste blootstelling aan fijnstof vindt zelfs binnenshuis plaats. Bij het bakken en braden komen veel fijnstofdeeltjes vrij. Die blijven urenlang in de lucht hangen; fijnstof kent zelfs een avondspits.

TNO onderzocht het. Twaalf Eindhovenaren werden vijf dagen uitgerust met een rugzakje met daarin draagbare sensoren die elke minuut de concentratie ultrafijnstof maten en een GPS op basis waarvan de locatie en activiteit bepaald is. Deze mensen brachten meer dan 90% van hun tijd binnen door waarvan 80% in hun eigen huis. Ondanks dat de hoogste concentraties zijn gevonden bij bewegen in het verkeer vond ongeveer 90% van de totale blootstelling binnen plaats door de vele tijd die hier doorgebracht werd. Het zogenoemde achtergrondniveau binnen leverde het grootste aandeel aan de blootstelling en wordt vooral veroorzaakt door bronnen buiten, zoals industrie en verkeer.

Meer onderzoek is nodig

Ik ben geen expert in luchtkwaliteit, maar dat vieze lucht ongezond is staat buiten kijf. Dat meer onderzoek nodig is naar bronnen van uitstoot, en wat we daarvan ook echt inademen, staat ook buiten kijf. De rekenmodellen moeten veel beter.
Dat verkeersmaatregelen helpen is ook duidelijk. Maar, dat we bij die maatregelen veel bronnen niet aanpakken is onterecht en oneerlijk; welke euro inzet leidt dan tot welk resultaat?

 

Walther Ploos van Amstel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *