Mobiliteit kunnen we het beste beschouwen als een dienst. U rijdt zelf van A naar B of u wordt door de NS vervoerd en voor deze verplaatsing betaalt u. Als A en B ver uit elkaar liggen gaat u misschien met het vliegtuig. In alle gevallen is de capaciteit beperkt: er kan maar een beperkt aantal auto’s over een rijstrook en een trein of vliegtuig kan maar een beperkt aantal passagiers vervoeren. Hoe nu moeten we zorgen dat de beperkte capaciteit optimaal wordt benut?
In de luchtvaart wordt dit opgelost met prijzen die in de loop der tijd veranderen. Niet alleen is het zo dat vliegen in het hoogseizoen duurder is dan in het laagseizoen, maar vroege boekers betalen in veel gevallen een lagere prijs dan latere boekers. Is een vlucht niet volgeboekt dan kunt u met een last-minute soms voor een schijntje naar uw bestemming.
Alleen bij het vervoer over de weg is er geen enkele sturing op het gebruik van de weg. De consequentie daarvan is duidelijk: regelmatig overtreft de vraag naar (auto)mobiliteit het aanbod van asfalt. Dan staan u en ik in de file. Als de weersomstandigheden goed zijn leidt de ochtend- of avondspits tot 200 km filelengte.
De oplossing is ook duidelijk: beprijs het gebruik van de weg en differentieer naar plaats en tijd. De kilometerprijs van Minister Eurlings dus. Economisch gezien is dit de meest eerlijke oplossing…. of niet, soms?
Lees verder op Nuzakelijk.nl.
Tags: beprijzen, mobiliteit

