De week van de circulaire economie: stop met hobbyen

De Volkskrant kopte hard: ‘Nederland is nog geen stap dichter bij een circulaire economie dan tien jaar geleden‘. Een volledig circulaire Nederlandse economie in 2050 is niet dichterbij gekomen. We gebruiken amper minder grondstoffen dan tien jaar geleden, terwijl het al in 2030 de helft minder moet zijn. Dat blijkt uit de eerste ICER-rapportage over de circulaire economie van onder meer het Planbureau voor de Leefomgeving.

Op sociale media werd boos gereageerd op de Volkskrant kop: doen we de honderden lokale circulaire initiatieven hiermee niet tekort? Al die blije burgers, ondernemers en ambtenaren die met bloed zweet en tranen werken aan ‘circulariteit’ in hun stad of wijk. De harde boodschap van het ICER-rapport: we zien het niet terug in de cijfers. Het is lief bedoeld, maar…

Alleen recycling is niet voldoende voor een circulaire economie. Er zijn nieuwe circulaire businessmodellen nodig, deelplatformen en ander gedrag. Dat zijn sociaal-economische vernieuwingen. In de praktijk is hiervoor nog weinig aandacht voor. Het ICER-rapport stelt dat aanpassingen nodig zijn in bijvoorbeeld bestaande accountingregels die product-als-dienst-bedrijven belemmeren. Naast de ontwikkeling van circulaire productie- en consumptieprocessen vraagt de transitie om de uitfasering van lineaire ketens en van producten met zeer korte levensduur die natuur en milieu relatief zwaar belasten. Dat kan bijvoorbeeld met heffingen op milieugebruik of een verbod op wegwerpproducten. Wollig taalgebruik? Wat moeten we morgen doen? 

Voor een kansrijke circulaire aanpak zijn drie elementen nodig:

  1. Strategische elementen gaan over het creëren van een gezamenlijke business case: is er voldoende volume, van voldoende kwaliteit, beschikbaar voor upcycling, kan de circulaire keten tegen een stootje, kun je samen geld verdienen, welke middelen kunnen worden gedeeld en zijn de technologieën beschikbaar?
  2. Culturele elementen gaan over de attitude van de betrokken circulaire ketenpartners. Creëer een cultuur die samenwerking stimuleert; mogelijk ondersteund met regelgeving als duwtje in de rug.
  3. Samenwerking is een resultante van de strategische en culturele elementen: de governancestructuren waarin besluiten gezamenlijk worden genomen en voortgang wordt gemeten. Samenwerking staat of valt met het eerlijk delen van lusten en lasten.

Klinkt misschien (ook) wollig, maar dit moet je dus eerst voor de specifieke circulaire waardeketen goed bedenken; of het nu om sinaasappelschillen gaat, bierblikjes of isolatiemateriaal uit het slopen van gebouwen.

Als je bij de aanpak geen rekening houdt met de harde realiteit van marktwerking en marktordening, dan blijf je als Don Quichot vechten tegen windmolens. De centraal geleide planeconomie werkt echt niet. Is altijd een brede coalitie nodig om de ‘business modellen’ van de toekomst te bepalen (zoals PBL stelt)? Of, kan het anders. Het lukt nooit om iedereen tevreden te stellen en je blijft eindeloos praten, of zoomen. Vergeet het maar. Je hebt geen brede coalitie nodig, maar de juiste coalitie; wie zijn de ‘best value’ partners in het netwerk?

De honderden lokale circulaire projecten zijn natuurlijk inspirerend. Maar, brengen ze circulariteit echt verder? Wat is het probleem dat je wilt oplossen; denk groots, en niet klein. Lossen de plannen die uitdagingen ook echt op? Denk aan het realiseren van schaal en een snelle uitrol. Vergeet de win-win voor iedereen. Bedenk vooraf hoeveel geld je echt nodig hebt… en wie bereid is dit te betalen. Het is tijd voor circulariteit 2.0.

Walther Ploos van Amstel

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *