Minder parkeerplaatsen in steden. Van wie is die ruimte eigenlijk?

De auto moet weg uit de binnensteden om meer ruimte te maken voor voetgangers en fietsers. Na 100 jaar heeft de auto zijn langste tijd gehad. Een prima plan. Autoluwe binnensteden zijn aantrekkelijk. Maar, wat gaan we straks met al die vrijgekomen ruimte doen?

Niet alleen verdwijnen er parkeerplaatsen. Om de auto terug te dringen uit de binnenstad gaan de parkeertarieven nog verder omhoog voor bezoekers. Terwijl acht van de tien geparkeerde auto’s in de oude binnenstad van buurtbewoners of buurtondernemers zijn, merken zij niets van die hogere parkeertarieven.

Experts weten dat hogere parkeertarieven zeker niet tot minder verkeer hoeven te leiden. Intussen ‘investeren’ gemeenten vrolijk verder in parkeerplaatsen onder de grond voor vergunninghouders. Zo’n ondergrondse plek kost een gemeente elk jaar tot meer dan tienduizend euro waarvoor de gebruikers nagenoeg niks betaalt. Dat is een stevige subsidie voor autobezit waar komende generaties de rekening voor blijven betalen. Zo krijgen bewoners en ondernemers wel de lusten van een eigen auto, maar delen zij niet mee in de lasten. Moet hierover met hun niet eens een goed gesprek over alternatieven worden gevoerd?

Tienduizenden minder geparkeerde auto’s op straat in Utrecht, Amsterdam, Den Haag en andere steden klinkt leuk. Maar wat zijn straks de spelregels voor het gebruik van de ruimte die vrijkomt? Meer ruimte voor fietsparkeren? Dan vervangen we het ene stilstaande staal door het andere stilstaande staal. Daar winnen we niks mee. Meer ruimte voor voetgangers? Graag. Maar, hoe dan? Het is ruimte van ons allemaal en daarmee eigenlijk van niemand. Wie het weet mag het zeggen? Worden de autoluwe buurten straks de hotspots voor de overmobiele hipsters en toeristen? Die bezoekers willen vertier en vermaak, liefst dag en nacht. Daar zit business in. Een beetje slimme overheid wikt en weegt. Die lege parkeerplekken leveren als terras natuurlijk veel precario en banen op. Willen we dat? Of dan toch maar liever die stille auto voor de deur?

Met de aanpak van parkeren alleen worden de binnensteden nog lang niet autoluw en aantrekkelijk. Een echt autoluwe binnenstad vraagt om een samenhangende aanpak met een goed verkeersplan, spelregels voor de openbare ruimte, een intelligent toegangsregime, het beprijzen van verkeer en parkeren, ook voor bewoners en ondernemers, strikte handhaving en veel minder ontheffingen. Verder moet er een plan komen voor slimme bevoorrading, goed openbaar vervoer, fietsroutes, voetgangersgebieden en taxivervoer voor wie de auto niet kan missen. Anders wordt de binnensteden steeds minder inclusief voor mensen die minder mobiel zijn. Dat wordt nog een stevig debat over die ruimte die vrijkomt als de parkeerplaatsen straks echt verdwijnen.

 

Walther Ploos van Amstel

Lector Citylogistiek

Hogeschool van Amsterdam

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *