Hoe kijkt Albert Heijn tegen duurzaam transport aan?

Voor Albert Heijn rijden er iedere dag meer dan duizend voertuigen van ruim twintig transportbedrijven om de Albert Heijn winkels en distributiecentra van alle producten te voorzien. Peter Leegstraten, Manager Transport Expertise, legt op CleanFuel Review uit hoe Albert Heijn met duurzaamheid in transport omgaat.

PIEK-certificering

De aanpak begon bij winkeldistributie met geluidsarmer rijden, laden en lossen. Dit heet ‘PIEK-gecertificeerd’, dus opererend binnen de geluidsnormen. Na een pilot besloten we in 2007 om in 2010 volledig PIEK-gecertificeerd en minimaal conform de richtlijn Euro5 te werken en te rijden.

Later besloot Albert Heijn ook om over te stappen op LNG, omdat ook de laatste kilometers naar de winkel stiller moesten worden. Trucks op LNG zijn zo’n acht decibel stiller dan een dieselmotor. Opnieuw was het geluids leidend in de keuzes. Later kwamen ook CO2-uitstoot en luchtkwaliteit naar voren. Albert Heijn ondertekende in 2014 de Green Deal Zero Emissie, met als doel om in 2025 alle stadscentra emissievrij te kunnen beleveren.

LZV en LNG als combi

Zeker voor het zwaardere en langere wegvervoer leveren LNG, en vooral bio-LNG, een bijdrage aan zowel de CO2-reductie, de verbetering van de luchtkwaliteit als het realiseren van een geluidsarmere transportsector.

Peter Leegstraten: “Begin op tijd met leren over de alternatieve energiebronnen van de toekomst. Wacht niet totdat het volwassen en op de markt beschikbaar is, maar draag ook je steentje bij. Je zult er zelf heel veel van leren. Of je je eigen bedrijfsprocessen aan moet gaan passen. Wat de voor- en nadelen van specifieke alternatieve energiebronnen zijn. Ook kun je, als partij die vooroploopt, aan tafel zitten met betrokkenen als overheden en branchepartijen, om te kijken wat realistische ambities zijn met betrekking tot zero emissie, wat betreft tijd en toepassing. Want het is nog een hele puzzel om dit duidelijk te krijgen en waar te maken”.

Toekomst en zero emissie

Peter Leegstraten pleit voor enig realisme: “Natuurlijk, de druk moet er wel op blijven, maar als de stappen die we willen zetten te groot zijn, wordt innoveren onbetaalbaar en komen we niet verder. We willen er bijvoorbeeld voor zorgen dat alle voertuigen die in de binnensteden rijden in 2025 emissievrij zijn, maar dit heeft heel veel impact op onder andere de transportbedrijven. Als je nu een nieuwe truck nodig hebt, moet je óf een peperdure elektrische truck kopen, of je truck in vijf jaar weer afschrijven. Dat is natuurlijk niet realistisch. Laten we daarom meer in behapbare transitiestappen denken, in plaats van in een grote big bang. Er is immers nog veel in ontwikkeling qua voertuigen maar ook in duurzame energie en de tankinfrastructuur die daarbij nodig is”.

Bron: Clean Fuel Review

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *